Bij schermduplicatie zien studenten ook dit paneel. Kies vooraf een scenario of gebruik tijdens projectie de sneltoetsen 1–9. Scenarionamen verschijnen alleen hier.
Galopritme is een harttoon en toont hier een sinus-ECG. Ritmestoornis gebruikt sinusaritmie als voorbeeld. Bij AV-blok is HR de gemiddelde kamerfrequentie; kies voor graad 3 een passende trage HR. Graad 2 toont een 3:2-geleidingspatroon. Hyperkaliëmie gebruikt in deze oefening een willekeurige afwisseling van normale en afwijkende complexen. Een hoge T-top is geen extra hartslag. Bepaal kalium niet uit de ECG-vorm alleen.
Doelwaarden
Alarmgrenzen instellen
Onderwijsinstellingen, geen universele referentiewaarden. Pas ze aan de patiënt en lescontext aan. Bloeddrukalarm gebruikt de laatst gemeten MAP.
Werking, sneltoetsen en medische onderbouwing
Projectie: sluit het paneel vóór de oefening. Toetsen 1–9 laden de gelijkgenummerde scenario’s direct, met de gekozen diersoort. D opent de bediening, F schakelt volledig scherm, spatie pauzeert en M onderdrukt het alarm 120 seconden. Toetsen werken niet tijdens invoer.
Golfvormen: synthetische, schematische afleiding II; geen gekalibreerd diagnostisch ECG. Atriumfibrilleren heeft onregelmatige R–R-intervallen zonder P-toppen; ventriculaire ritmes hebben brede complexen; VF is chaotisch. PEA toont elektrische activiteit zonder perifere puls. Obstructie verandert de uitademingshelling, herinademing verhoogt de CO₂-basislijn. Veranderingen zijn voorgeschreven scenario’s, geen volledig fysiologisch model. De vorm wijzigt direct; getallen veranderen met de ingestelde overgangstijd.
Signalen: HR volgt ECG, PR en pleth volgen een aanwezige pols. Bij VF, asystolie en PEA zijn perifere pols, saturatiemeting en NIBP niet beschikbaar. Apneu stopt de ademhalingsgolven; overige waarden dalen alleen als het scenario of de docent dat instelt. SpO₂ toont de polsgolf uit de pulsoximetrie; rechts blijft RR de ademfrequentie weergeven. NIBP toont een momentopname, geen continue bloeddruk; MAP wordt benaderd als (SYS + 2 × DIA) / 3. Sensorverlies is te onderscheiden van een fysiologische afwijking.
Voor lesgebruik: laat golfvormen, scenario’s en alarmgrenzen controleren door een vakdocent/dierenarts. Dit prototype bevat een selectie parameters en aandoeningen; geen volledige anesthesiemonitor, behandeling, diagnose of koppeling met echte patiënten.
Bronnen: AAHA — monitoring hond en kat · Merck Veterinary Manual — ritmestoornissen · Merck — circulatiestilstand · Masimo — capnografische patronen. Bronlinks vereisen internet; de simulator werkt offline.